Snoeien of juist niet snoeien

Niet (meer) snoeien door de juiste boom op de juiste plaats

Er zijn veel misverstanden over snoeien van je fruit- en notenbomen.
Het idee dat je moet snoeien (snoei geeft groei) komt uit de professionele fruitteelt. De teler daar is gericht op efficiëntie in aanplant, onderhoud en oogsten. Het is ook gestuurd door de eisen van de winkels, zoals uniforme grootte, allemaal op het zelfde moment te oogsten en minder kwetsbaar bij transport, opslag en verkoop.
De fruitbomen in zo’n boomgaard hoeven ook niet lang mee. Vaak worden ze al voor ze tien jaar oud zijn vervangen. De bomen hoeven ook niet perse gezond te zijn. Doet zich een kwaal of een plaag voor, dan is er altijd wel een middeltje te spuiten die dat weer (tijdelijk) onderdrukt. En er wordt veel gespoten in de fruitteelt.

Vroeger, honderd en meer jaar geleden werd er niet gesnoeid. Alleen ter correctie van bijvoorbeeld stormschade. Er werd in die tijd ook veel meer gewerkt aan en gelet op de gezondheid van de bomen. Het kweken van bijvoorbeeld virusvrije rassen was een kunst en werd soms beloond met een grote geldprijs.
In onze achtertuinen en buurttuinen is het belangrijk om op de gezondheidsaspecten van je bomen, dus ook en vooral je fruit- en notenbomen te letten. Dan hoef je niet in te grijpen met bijvoorbeeld snoeien en hoef je geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Voor veel dieren en ander leven in je tuin is dat belangrijk maar ook voor jouzelf en je naasten.

En dat bepaal je door en bij de aanschaf van de boom.
Je let daarbij op:
- hoe groot je boom wordt (hoogte en breedte)
- op de juiste plaats (afstand huis, tuinafscheiding, schaduw)
- op de juiste plaats (liefst in de wind en koude plek)
- de juiste boom voor jouw bodem (zand, klei, veen)
- het juiste ras voor jouw omstandigheden (klimaat)
- is de boom zelfbestuivend, of heb je daarvoor andere bomen in de buurt nodig

Hoe groot wordt je boom?

De grootte van de meest fruit- en notenbomen voor in de stad wordt bepaald door de onderstam.
Die onderstammen zijn daar speciaal voor ontwikkeld. Wil je weten of je boom niet te groot wordt moet je bij aanschaf weten op welke onderstam die staat. Daar zijn tabellen voor.
Appelbomen voor in de stad, die je niet te hoog wilt hebben staan vaak op een M27 of M9. M staat voor Malus (= appel) en het nummer erachter correspondeert met bijvoorbeeld een uiteindelijke hoogte van 2,5 of 3,5 meter. Er zijn onderstammen voor elke gewenst grootte. Bijvoorbeeld (en gek genoeg heeft die geen M-aanduiding gekregen) Type Zaailing (in deze context geen appel uit zaad) wordt 10 meter. Vaak komt de breedte van de boom overeen met de hoogte.
Bij een perenboom voor in de stad kan je kiezen voor een onderstam kweeA of kweeC. En ook voor pruimen en kersen zijn diverse geschikte onderstammen te vinden.
Met de ent, die op de onderstam is ‘geënt’, bepaal je her ras en daarmee, de bloei- en oogstrijd, bewaarbaarheid, toepassing, kleur, geur en smaak. 

Waarom niet snoeien

Een boom weet zelf heel goed hoe hij/zij moet groeien. Daarvoor hoef je niet te gaan snoeien.
Snoei verzwakt een boom, prikkelt de boom tot meer en extra groet en ook dat verzwakt de boom. Ook de wonden die je maakt met snoeien maken de boom kwetsbaar.
Een boom heeft van nature vaak een tak die recht boven de stam staat. Dat is z’n kop of stuur. Als je die eruit haalt, verliest hij dus zijn kop en reageert hij met een ongecontroleerde wildgroei aan takken daar bovenin de boom. Daar moet je dan vervolgens weer met snoei van een deel van die takken op reageren en dat herhaalt zich soms enkele jaren.

Waarom zou je de kop eruit halen? Sommige mensen redeneren ‘ik ga dat fruit bovenin niet oogsten, dus haal de top er maar uit. Beter is gewoon laten hangen (voor bijvoorbeeld de vogels) en als het valt composteert het ter plekke en voedt het de bodem.
Naast de top heeft een boom nog veel meer takken. Die onderste takken, die vaak breeduit groeien of onder een hoek van 45 graden, worden gesteltakken genoemd.

Die zou je liefst zo laag mogelijk willen, want het fruit kan je dan het makkelijkst plukken.
Gesteltakken kort je ook nooit in. Is je boom te breed geworden dan heb je dus de verkeerde boom geplant. Stond je boom er al voordat je eer kwam wonen en hij blijkt te groot dan vraagt het enig kennis en inzicht hoe je dat corrigeert. Bij onoordeelkundig ingrijpen kom je mogelijk in een traject van wildgroei (waterloten) waar je dan weer wat moet doen.
Bij bomen die al gesnoeid waren en die elk jaar weer opnieuw gesnoeid moeten worden door de ongewenste bijeffecten, is het mogelijk dat af te bouwen. Maar dat vraagt ook weer om kennis en inzicht.
Schade aan de boom door storm of aan de wortels door grondwerkzaamheden vragen soms ook om snoei. Ook dat vraagt weer om specifieke kennis.
Kruisende takken, laat die rustig zitten. De boom weet daar goed mee te leven. Ingrijpen veroorzaakt waarschijnlijk meer schade.

Hoog- , half- of laagstam?

Er is ook veel misverstand over deze begrippen. Ze komen uit de veeteelt, uit de tijd dat er nog vee in de boomgaard liep. Laagstambomen zijn bomen waar de onderste op zo’n 50 cm hoogte beginnen, bij halfstam zitten de onderste takken op zo’n meter of anderhalf en bij hoogstambonen op zo’n 2 meter. En dat laatste kwam door de koeien die eronder liepen en de halfstam door de gieten die er onder liepen.
Een hoogstamboom hoeft dus helemaal niet hoog te worden. Toch kom je die term in de handel en soms ook in de literatuur tegen om hoge bomen aan te duiden.

Verschillende type bodems

Eigenlijk moet je je tuin en vooral je bodem kennen voor je een plan maakt voor aanplant. Observeer en neem waar. Waar komt zon en waar is permanente schaduw op verschillende momenten van het jaar. Wat groeit er van nature en hoe groeit het? Wat voor bodem heb je?

Is het zand, klei of veen. Wat was er daar vroeger? Is er grond aangebracht, is het verdicht, zijn er storende lagen en - heel belangrijk – wat gebeurt er met (overvloedige) regen. Lijft het lang staan, neemt de bodem het op, zakt het (te) snel weg?
Graaf zo mogelijk een profielkuil, zodat je kan zien hoe je bodem is opgebouwd. Tot hoe diep zie je nog leven en wortelgroei? Kom je nog puin of afval tegen?

Boom of struik

Zowel bomen als struiken kunnen laag blijven of heel hoog worden. De definitie:
- bomen komen met een stam uit de wortel en vertakken zich pas hogerop,
- struiken komen met meerdere takken uit de wortel.

Aanschaf boom

Als je een boom gaat aanschaffen, betrek hem dan van een kweker (geen handelaar) met vergelijkbare grond. Een boompje uit het zand heet het op klei moelijk. Koop een boompje op kale wortel en niet op pot.
Neem een zo jong mogelijk boompje: een of twee jaar oud. Jonge boompjes passen zich veel makkelijker aan hun nieuwe omstandigheden aan.

Aanbevolen een boompje met ook lage vertakking. Het voordeel daarvan is dat makkelijk kunt oogsten, maar ook dat je met lage vertakking daaronder meer schaduw hebt en dus minder last van bijvoorbeeld gras.
Let ook op dat de boom niet ingeknipt (gesnoeid) is.
Weet hoe groot je bomen mogen worden en kies dus voor een daarbij behorende onderstam.

Ga naar een biologische kweker voor je boom en niet naar een handelaar of een tuincentrum met weinig kennis van zaken. Wees alert op het feit dat sommige boompjes en struiken behandeld zijn met hormonen om ze een tijdlang overeen te laten komen met jouw verwachtingen, maar dan opeens...
Bij klein blijvende bomen, zoals een appel op M27, is het verstandig een of twee palen te zetten. Ze hebben een zwakker, soms eenzijdig wortelgestel. Een of twee palen erbij kan belangrijk zijn en dan liefst van onbehandeld hout (bv tamme kastanje of larix).

Hoe je boom te planten?

Maak/laat je plantgat zo klein mogelijk. Als de plant uit een pot komt zorg dan dat de wortels uit het gegroeide patroon loskomen. Knip wat van de wortels af, dat geeft hem een groeiprikkel.
Voeg geen compost of andere aarde toe. Zorg ervoor dat de ent (de plek waar het ras op de onderstam staat) minstens een vuistdik boven de grond staat. Zorg dat het plantgat weer goed gevuld is (geen holle ruimtes). Heb je arme grond dan is af een toe een dun laagje bladsompost genoeg om je boom te laten groeien.
In de eerste jaren zal je in droge periodes water moeten geven.
Laat het eerste en soms ook het tweede jaar de oom zich focussen op wortelen. Haal dan in een vroeg stadium een deel van het fruit weg.

De juiste plek.

Waar je boom neer zet, kan van groot belang blijken te zijn. Veel fruitbomen zijn vochtgevoelig en hebben baat bij een plek in de wind om snel droog te kunnen waaien.
Een koude plek kan ook voordelen hebben: de boom bloeit daar later en heeft dan wellicht minder last van kans op bevriezen door nachtvorst.
Ook het grondwaterpeil kan een rol spelen, zeker als dat sterk kan wisselen gedurende het jaar.
Controleer of de boom die je wilt, past op de bodem die je hebt.
De meeste fruitbomen zijn bosrandplanten en willen graag een deel van de dag zon. Maar zeker niet perse de hele dag.

Het juiste moment.

Het late najaar is het beste moment om een oompje te (ver)planten. Dat moment kan herken je als het blad van de boom is gevallen. Let op: soms vervroegt of verlaat een leverancier kunstmatig (chemisch) dat moment om verkooptechnische redenen. Je bent dan bij de verkeerde leverancier. Voorbij de jaarwisseling wordt het steeds minder ideaal om een boom te planten en zal je waarschijnlijk meer zorg moeten plegen zoals water geven in droge periodes.

Onderhoud en gezondheid

Een boom weet goed zelf hoe ie moet groeien. Maar wij bepalen vaak de omstandigheden waar mee het boompje het moet doen.
Wil je een gezonde boom, zorg dan voor geen of zo weinig mogelijke verstoring van de bodem onder en rond de boom. Talloze ondersteunende vaste planten kunnen helpen bij het voorkomen van plagen en ziektes. Dat gaat dan bijvoorbeeld om het aantrekken van bestrijdende insecten maar ook door interactie met de wortels en het schimmelnetwerk in de bodem.

Oogst je veel dan zal je de bodem ook weer moeten voeden met bijvoorbeeld groencompost.
Bestrijdingsmiddelen (ook wel gewasbescherming genoemd) werken op een symptoom, maar nodigen weer nieuwe problemen uit.
Maak niet de fout te denken dat je aangetaste bladeren en dergelijke moet afvoeren. Laat hangen of liggen. Geef de natuur de tijd om het zelf op te lossen. Help de boom desgewenst door in de buurt meer ‘natuurlijke’ plekjes te creëren, waarmee een meer natuurlijk evenwicht kan ontstaan.
Denk daarbij aan plantengemeenschappen.

Samenvattend

Snoei niet/nooit tenzij er een dringende reden is door externe oorzaken
Kies de juiste boom voor de juiste plaats
Kies bij voorkeur een boom met lage vertakking
Plant een boompje zo jong mogelijk (een of twee jaar)
Een gezonde, rustig gegroeide boom geeft je uiteindelijk de meeste voldoening.

Ten slotte

Er is een duidelijke urgentie om snel veel fruit- en notenbomen te planten. Het gaat al lang niet meer over meer groen in de stad om die meer leefbaar te maken, We zullen de opbrengst van onze moestuinen, boomgaarden en voedselbosranden heel hard nodig hebben om ons te voeden. Klimaat en andere omstandigheden hebben onze voedselzekerheid volledig onderuit gehaald.
Met een lokale, gezonden, dus ziektevrije voedselproductie waarmee we ook de natuur dienen doen we veel meer dan op welke andere manier voor ons zelf en onze samenleving mogelijk is.
Het meest is hierboven gekeken naar fruitbomen. Notenbomen heen zo hun eigen behoefte, mogelijkheden en beperkingen. De juiste soorten walnoten, pecannoten en dergelijke kunnen heel goed op natte grond, tamme kastanje wat minder.

Deze informatie is verzameld uit het lesmateriaal van de Permacultuur Jaar- en Vervolgopleidingen van Permacultuurcentrum Den Haag en de informatie die is verkregen van beheerders van landbouwprojecten met bomen en voedselbossen van de laatste twintig jaar.
Het verhaal is niet compleet want bijvoorbeeld over plantengemeenschappen is nog wel een boek vol te schrijven. Ook is er nog veel nieuw materiaal en inzicht verkregen dat nog om verdere uitwerking en integratie vraagt. Dat komt met name van bedrijven in omschakeling.
Recente observaties nemen ook de impact van klimaatverandering mee.

© 2026 Menno Swaak, Taco Blom en Permacultuurcentrum Den Haag
Overname met bronvermelding toegestaan.